Doelstelling afdeling Klinische Pathologie
1) Ondersteuning van de patiëntenzorg door het op verzoek verrichten van pathologisch onderzoek van lichaamsmaterialen (weefsels en cellen) en het op zo kort mogelijke termijn uitbrengen van verslag volgens de doelstellingen, criteria en richtlijnen van het Kwaliteitshandboek Klinische Pathologie.
2) Zoeken naar nieuwe, betere onderzoekstechnieken door een bijdrage te leveren aan wetenschappelijk onderzoek en deel te nemen aan (bij)scholingsactiviteiten.
3) Ondersteuning bieden aan de opleidingen van analist en patholoog door het begeleiden van stagiaires en een assistent geneeskunde in opleiding.
ad 1)
Aanvragers van pathologisch onderzoek zijn:
a) medische specialisten die via hun maatschap een samenwerkingscontract hebben met Gelre ziekenhuizen of een dienstverband hebben met Gelre ziekenhuizen
b) huisartsen in de regio's Apeldoorn en Zutphen
c) andere laboratoria voor pathologie
Afdeling Klinische Pathologie (achtergrond informatie voor patiënten):
Algemeen
Het woord pathologie is afkomstig van het Griekse woord pathos (=ziekte) en logos (=kennis,leer) en betekend in gewoon Nederlands “ziekteleer”. Het is de wetenschap die bestudeerd welke veranderingen er ontstaan in cellen en weefsels van een organisme bij het optreden van een ziekte.
De afdeling Klinische pathologie onderzoekt weefsels en losse cellen die tijdens operaties en puncties van patiënten worden afgenomen. De weefsels worden onderzocht m.b.v. microscopisch onderzoek om te bepalen wat de aard van de ziekte of afwijking is. Vaak wordt gevraagd of het om een goed- of kwaadaardige aandoening gaat. De uitslag van dit onderzoek wordt gerapporteerd aan de aanvragend arts en deze zal n.a.v. deze uitslag de eventuele verdere behandeling van de patiënt bepalen.
Afdelingen Klinische Pathologie
De afdeling bestaat uit meerdere subafdelingen/specialismen
· Cytologie (= celleer)
· Histologie (=weefselleer)
· Obductie/sectie
· Pathologen
· Speciale technieken (immunohisto/cytochemie)
Cytologie
Op deze afdeling worden losliggende cellen microscopisch beoordeeld, de cellen worden beoordeeld op grootte en vorm. Daarnaast spelen een aantal specifieke kenmerken van onderdelen van de cel een belangrijke rol.
Cellen kunnen op verschillende manieren van de patiënt worden afgenomen, de bekendste manier is waarschijnlijk het uitstrijkje hierbij wordt m.b.v. een spatel of borsteltje cellen afgestreken van de te onderzoeken plek. Het bekendste voorbeeld hiervan is het baarmoederhalsuitstrijkje dat bij alle vrouwen tussen de 30 en 60 jaar in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker om de vijf jaar wordt afgenomen bij de huisarts.
Verder kunnen losse cellen worden verkregen uit lichaamsvochten zoals urine (komt spontaan vrij), buikvocht of ruggenmergvocht (opzuigen m.b.v. naald) of longspoeling (m.b.v. bronchoscoop).
Ook kunnen cellen verkregen worden uit vast weefsel, hierbij wordt met een naald in het te onderzoeken gebied gestoken en worden enkele cellen opgezogen in de naald. Dit onderzoek wordt een cytologische punctie genoemd.
Cytologisch onderzoek is meestal weinig of niet belastend voor de patiënt doordat er geen ingrijpende onderzoekshandelingen worden verricht. Materiaal is relatief eenvoudig te verkrijgen en het is snel beschikbaar voor onderzoek.
Nadeel van cytologisch onderzoek is dat de verkregen informatie uit het onderzoek niet altijd volledig is. Ook zodra er een afwijking wordt gevonden is niet altijd zeker waar deze zich precies bevindt en of die volledig is verwijderd. Als er door het cytologisch onderzoek een afwijking wordt gevonden volgt er meestal ook nog aanvullen histologisch onderzoek
Histologie
Bij de histologie worden de cellen in hun oorspronkelijke weefselverband microscopisch onderzocht , daarbij kunnen de cellen afzonderlijk worden beoordeeld, maar ook hun oorspronkelijke onderlinge relaties.
Het materiaal voor histologisch onderzoek wordt verkregen door (kijk)operaties, endoscopisch onderzoek (maag/darm onderzoek), histologische puncties of bij obducties.
Bij operaties wordt het door ziekte aangetaste weefsel verwijderd dit kunnen hele organen zijn of gedeelten daarvan.
Bij endoscopisch onderzoek wordt er via een flexibele slang in het maag/darm stelsel gekeken en worden er soms kleine hapjes (biopten) van de maag/darm wand afgenomen, deze kleine biopten worden dan onder de microscoop onderzocht.
Bij een histologische punctie wordt er m.b.v. een naald een dun weefselpijpje “geschoten” die onderzocht kan worden.
Bij obducties/secties wordt de doodsoorzaak onderzocht, hierbij worden kleine stukjes weefsel verwijderd van diverse organen om die microscopisch te onderzoeken.
Histologisch onderzoek vereist voor de afname vaak meer ingrijpende methoden dan cytologie echter het levert vaak wel meer en duidelijker informatie op. Bijvoorbeeld met het verwijderen van een stukje huid met daarop een verdachte moedervlek kan goed worden onderzocht of de moedervlek kwaadaardig is en of deze in zijn geheel is verwijderd.
