Met het oog op eventueel gewenst herhalings- of bevestigingsonderzoek moet het laboratorium alle monsters na de screening minimaal één week in de koelkast te bewaren. Toevoegen van conserveermiddelen is daarbij niet nodig. Mocht een langere bewaartermijn noodzakelijk worden geacht, dan kan het monster ingevroren (<-20 0C) maximaal een jaar worden bewaard. Koelkast resp. diepvriezer moeten zich bevinden in een ruimte die voor onbevoegden niet toegankelijk is.
In gevallen waarin mogelijkerwijs een contra-expertise wordt verlangd, zal de aanvrager over het algemeen zelf het tweede monster, eveneens in de koelkast, bewaren. Ook in deze situatie moet de koelkast (en eventueel de diepvries, als een bewaartermijn langer dan een week noodzakelijk wordt geacht) zich bevinden in een ruimte die voor onbevoegden niet toegankelijk is.
